achtergrondrechts.jpg

Terpdorp

undefined
Dit deel van de illustratie van Ulco Glimmerveen laat een vrij groot terpdorp met een aantal boerderijen zien. Sommige woongebouwen waren groot, tot wel 30 meter lang; andere waren korter. De huizen hadden geen ramen. Daarnaast waren er schuren voor extra stal- en opslagruimte. In de boerderij zelf was ook plek voor het vee: runderen, schapen, paarden en een paar varkens. Omdat mens en vee onder hetzelfde dak leefden, noemt men deze boerderijen woonstalhuizen. Op de illustratie wordt net een nieuw huis gebouwd. De muren zijn van gestapelde graszoden, die op de kwelder waren gestoken. Bovenaan op deze illustratie zijn twee mannen kleizoden aan het steken. Met hout, dat kostbaar was in het terpengebied, maakte men een boogvormige dakconstructie. Vaak gebruikte men hout van afgedankte of gestrande schepen. Daarna werd het dak bedekt met zoden, grassen of stro. Bij het Yeb Hettinga Museum in Firdgum (Fr.) staat een nagebouwd zodenhuis van ongeveer 700 na Chr. Je kunt dit ook van binnen bekijken.

Koken en verwarmen gebeurde voornamelijk met gedroogde mest. Hier en daar zie je rechthoekige of ronde mestbulten liggen. Midden in het terpdorpje zie je een grote gegraven kuil, waarin regenwater werd verzameld. Als de kwelder onder water stond met zout water, kon het vee hier drinken. Zoet water is vooral belangrijk voor melkkoeien. Het drinkwater voor de mensen kwam uit vierkante, gegraven waterputten: je ziet er vier. Een van de putten heeft een putgalg, een constructie om een emmer in de put te laten zakken en gevuld met water weer op te hijsen.

Een kudde schapen met hun herder en hond is zojuist teruggekeerd naar de terp. Koeien trekken wagens met hooi. De schapen op deze illustraties zijn wit gekleurd en de runderen donkerbruin. Maar eigenlijk weten we niet welke kleur het vee had. Er worden veel botten van het vee teruggevonden. Maar daaraan kun je de kleur van de vacht niet direct aflezen. Onder twee afdakjes staat handelswaar, voornamelijk aardewerken potten. De terpbewoners maakten zelf aardewerken potten, maar voerden deze ook in, onder andere uit Walberberg, Badorf en Mayen, alle in het hedendaagse Duitsland (informatie Angelique Kaspers MA, GIA/RUG).

Schapenvachten hangen te drogen. De mensen droegen wollen of linnen kleding, in mooie kleuren. De wol kwam van de eigen schapen. Het linnen komt van het zelf verbouwde vlas. In terpen worden veel spinsteentjes (van aardewerk, bot en gewei) en weefgewichten gevonden. Men spon en weefde de wol en het vlas zelf. Wol werd ook als handelswaar verkocht. Het Friese laken was wijd en zijd bekend. De akkerbouw leverde meer dan voldoende producten op voor de eigen behoefte. Toch is de indruk dat vooral veeteeltproducten, zoals huiden, wol en misschien kaas, werden verhandeld. Het ronde object met gat rechts is een ijzersmeltoven: de bewoners maakten hun eigen ijzeren voorwerpen.

In het haventje naast het dorp liggen drie boten. De kleintjes werden gebruikt om te vissen, goederen in de buurt te bezorgen of op te halen, en om bezoeken af te leggen. De grotere boot, met een zeil, werd gebruikt om grotere afstanden te overbruggen. Het terpengebied maakte deel uit van handelsnetwerken in het hele Noordzeegebied en ver daarbuiten. In de tonnen zal allerlei handelswaar, waaronder wijn zijn aangevoerd.

Bij het achterste huis hangen blauwe lappen. Die zijn zojuist geverfd met de blauwe kleurstof die uit de plant wede wordt gehaald. Wede is het rijtje planten met gele bloemen in de moestuin. De mensen teelden daar ook koolsoorten en tuinbonen. Rechtsonder is een veldje met tuinbonen. Linksonder groeit hennep. Uit de stengels van hennep maakte men touw. Door de activiteiten van de mens verscheen rond de huizen de typische plantengroei van een boerendorp met allerlei onkruiden, waaronder distels.

Aan de bovenkant van de illustratie zie je een klein dijkje, een zomerdijk. Het gebied binnen zo’n dijkje was in de zomer beschermd tegen hoog water. Je kon je er ook over verplaatsen. De palenrij in de kreek is een primitief steigertje. Misschien hing men er ook wel visfuiken aan.

terug naar Het terpenlandschap